Botopbouw
Dan weet je dat het vast goed zit!

Paletsingel 118
2718 NS Zoetermeer
T. 079 362 50 46
F. 079 363 44 21

Botopbouw

Het liften van het vliesje van de neusbijholte (laterale sinusbodemelevatie)

In ongeveer de helft van de gevallen is er sprake van onvoldoende botvolume wanneer er voor implantaten wordt gekozen. Het gebied bij de kiezen in de bovenkaak is een regio in de mond waar onvoldoende botvolume vaker voorkomt. In de bovenkaak ligt de bodem van de neusbijholte vaak dicht bij de wortels van de kleine en grote kiezen. Na verlies van de kleine en/of grote kiezen vindt er in het kaakbot een driedimensionale verandering plaats, wat in veel gevallen leidt tot een verminderde bothoogte en botbreedte, wat slinken van het lokale kaakbot tot stand zal brengen.

Na ongeveer drie maanden is het lokale bot stabiel genoeg om met röntgenfoto’s te meten hoeveel kaakbot er nog resteert. Vandaag de dag is het mogelijk om met speciale operatie technieken de bodem van de neusbijholte te verhogen en in de ontstane ruimte bot aan te brengen, zodat voor implantaten als behandeloptie gekozen kan worden.

De verschillende technieken:

Summerse sinuslift

Hierbij wordt er door het boorgat met een stomp instrument de bodem van de neusbijholte doorgetikt. Het vliesje komt dan een klein stukje omhoog, waarbij het implantaat als een soort tentenstokje in de sinus (onder het vliesje) komt te zitten. Deze techniek wordt toegepast bij voldoende botbreedte, maar onvoldoende bothoogte. Een voorwaarde is een minimale bot hoogte (in relatie tot de bodem van de neusbijholte) van 4-5 mm of hoger, voor de vereiste stabiliteit van het implantaat. Het grote voordeel van deze techniek is dat u minder napijn heeft na de operatie. Na vier tot vijf maanden kunnen de implantaten worden belast. Deze techniek heeft, wanneer deze mogelijk is, de voorkeur.

Laterale sinusbodemelevatie

Hierbij is de bothoogte gelimiteerd en wordt de neusbijholte toegankelijk gemaakt d.m.v.  het prepareren van een luikje aan de zijkant van de bovenkaak.  Het luikje wordt geprepareerd met een speciaal apparaat (een piëzo-elektrisch chirurgisch apparaat), zodat het vliesje van de neusbijholte niet wordt beschadigd. Een combinatie van eigen bot en kunstbot (Bio Oss), vermengd met bloed, wordt gebruikt voor de botopbouw. Na zes tot acht maanden kunnen de implantaten worden belast

Tegelijk de botopbouw en plaatsen van de implantaten

Vooral in de frontregio blijkt (na het correct driedimensionaal plaatsen van het implantaat) een botopbouw steeds vaker noodzakelijk te zijn. Bij een gunstig botdefect wordt na het plaatsen van het implantaat het bot laagsgewijs opgebouwd. De eerste laag is eigen bot op de schroef van het implantaat, de tweede het kunstbot (Bio-Oss). De botopbouw wordt beschermd met een membraan (Bio-Guide) wat in ongeveer vier maanden vanzelf oplost.


Pre-implantologische chirurgie Implantaatoperatie en nazorg
,,

Een implantaat geeft het gevoel van eigen tanden terug.